Column: over mentale kermisdeuntjes, Stefan Hertmans en de Grote Pretentieusheid van de kunst
Als literatuurstudent is het een hele worsteling om te lezen wat je zelf heel graag wilt lezen. Het lijkt wel alsof verplichte teksten al het plezier uit lezen lijken te zuigen, en zelf een roman kiezen een guilty pleasure lijkt te zijn. Nadat ik mijn verplicht leeswerk af had, selecteerde ik voor het verse jaar een niet zo vanzelfsprekende, logische keuze: Dius, de recentste roman van auteur Stefan Hertmans.
Begrijp me niet verkeerd: ik hou ervan om literatuur te studeren. Ik schaam me soms omdat ik te weinig lees en te veel achter de tv hang of mijn duim een kramp geef door mijn dagen weg te scrollen - goed wetende dat er nog zoveel boeken afgestoft en opengeslagen zouden-moeten-worden. Dat kermisdeuntje zit al jaren in mijn hoofd 'moeten-meer-doen-moeten-doen-meer-meer-meer' en elke keer concludeert mijn jaarlijkse reflectie dat ik weldegelijk opnieuw gefaald ben in het 'meer-doen' (ook al is dat objectief bekeken niet per se zo). Wanneer ik in de les een naam of werk tegenkom waarover ik, na een grabbel in mijn culturele bagage-ton, niets terugvind dan een vage associatie of min 2, dan slaat de paniek rond mijn oren: domme oetlul! Wéér niks geleerd.
Je zou nochtans denken dat ik na 5 jaar lang aan de Blandijn mijn zitvlak versleten te hebben, iets meer had opgestoken dan "Roland Barthes is a little bitch" en "Chomsky? Die heeft mathematische taalrekensommetjes zitten puzzelen én tegelijkertijd de ondergang van Amerika zitten plannen? Wauw!". Dat, en mijn socialistische radicalisering, maar die begon al voor mijn aanwezigheid op de legendarische campus. Buiten een diploma of twee heb ik het gevoel niks te hebben overgehouden van het uren lessen volgen en het 'studeren' achter mijn bureau. Dat is uiteraard helemaal mijn eigen fout, en dus ook mijn op te lossen gebrek aan karakter en discipline. Dan word ik maar autodidact met een universitair diploma.
Ook in 2026 is het 'meer'-riedeltje in gang gesputterd. Ik had net op tijd Het beleg van Laken van Walter van den Broeck uitgelezen, net voor ik zou beginnen overwegen om mijn suïcidale gedachten waarheid te maken (ik moest de romancyclus van 1000 pagina's lezen voor een vak Nederlandse literatuur, waar ik snel spijt van kreeg, al had ik het nochtans zelf vrijwillig gekozen). Opgelucht als ik was dat ik die monsterlijke knoert eindelijk aan de kant mocht gooien (tot mijn examen weliswaar), ging ik voor mijn boekenwand staan om zo snel mogelijk mijn Goodreads-challenge voor 2026 te beginnen.
Mijn te-lezen stapel is gigantisch; het is zo ver gekomen dat ik depressief word van boekenwinkels, omdat ik wéét wat er thuis op mij te zit te wachten, en mezelf daarom verbied om nieuwe boeken te kopen. Ik dacht aan twee boeken die ik voor mijn verjaardag van twee mannelijke vrienden had gekregen en waaraan ik snel wou beginnen, om te tonen dat ik hun cadeaus weldegelijk apprecieer, maar er geen tijd voor vind om ze effectief ter hand te nemen. Ik besloot om aan een roman te beginnen, die ik niet zo lang geleden bij een 3+1 actie in de Standaard Boekhandel had gekocht: Dius van Stefan Hertmans. Niet toevallig, want ik heb dit jaar al zoveel gezien van die vent, dat mijn keuze ongetwijfeld subliminaal beïnvloed werd.
Hertmans werd dit academiejaar namelijk gekozen als Alumnus van het jaar aan de UGent. Dat betekent dat ik in 2025:
1. een schilderij maakte voor zijn huldigingstentoonstelling;
2. mijn richting hem als spreker voor de openingslezing had weten te strikken;
3. hij tot overmaat van ramp ook in een les kwam spreken van een vak dat ik volgde, enkel en alleen voor de studenten van dat vak.
Aaanvankelijk was de grootste shock vooral dat Hertmans, geboren in Gent en gelabeld als Vlaamse schrijver, met zo'n Hollands accent praat dat je je afvraagt of er weldegelijk een Vlaming voor je zit. Bij het lezen van Dius ergerde ik me dan ook aan de verNederlandsing van het mooie Vlaamsch: welke serieuze persoon gebruikt het woord mobieltje in plaats van gsm? Daarnaast zou geen enkele Vlaamse schrijver het durven om zo flagrant klassieke muziek, schilders en Italiaanse dorpjes - waar enkel mensen in een bepaalde belastingschijf naartoe op reis kunnen - te namedroppen. Hertmans heeft duidelijk te veel tijd doorgebracht in het Nederlandse literatuurlandschap en is zijn roots met de Vlaams-katholieke boerenmentaliteit verloren.
Mijn cynisme nam halverwege de roman toch wat af; het zou hypocriet zijn om te beweren dat ik niet houd van het schaamteloze tentoonstellen van hogerecultuurkennis. Sterker nog, misschien is dat wat de Vlaamse literatuur vandaag net nodig heeft: een influx van intellectualisme, pretentieus gedoe, namedropping à volonté, in plaats van een zoveelste bekentenis over het leven in een West-Vlaams plattelandsdorp. Eens ik mezelf over mijn initiële geërgerdheid heen had gezet, las Dius als een best goede roman, weliswaar met een irritant hoofdpersonage: ik erger me blauw aan mannen die denken zich te moeten verschansen voor de buitenwereld om een intellectueel leven te leiden, terwijl ze eigenlijk sociaal incapabele egotrippers zijn die zich wentelen in een bedje van knus zelfmedelijden . Desondanks kon ik wel wat empathie opbrengen voor de zieligaard, wat veel zegt over mezelf maar nog meer over Hertmans' schrijftalenten.
Want ondanks mijn cynisch geleuter, vind ik Hertmans een fascinerende man en auteur. Het anderhalf uurtje dat hij vrijmaakte om in mijn les 'Literatuur & kritiek' te komen vertellen, want dat is wat hij doet, waren op z'n minst leerrijk en uitermate boeiend, net zoals zijn lezing over AI aan de universiteit (hierover later meer). Het verbaasde me dan ook niet dat hij, net zoals in zijn romans, zo veel namen en titels in zijn monoloog verweefde dat ik mijn notitieboekje niet snel genoeg kon volschrijven. Hertmans leeft waarlijk het vergane intellectualisme, en lijkt oprecht in zijn cultuurbeleving. Want wat heeft een man van zo'n kaliber (en leeftijd) nog te winnen bij opgeblazen KASK-studentjesgedrag?
Als er een Vlaamse auteur bestaat die het verdient om pretentieus te zijn, dan is het Hertmans wel. Bij zo'n man vallen alle kapsones weg. Dat verdient een Jan Chapot-tje af.
Eindnoot: Alles wat ik schrijf is satirisch of niet écht bedoeld; ik ben geen hater, maar cultuurcriticus. Tenzij ik het wel zo bedoeld had. In dat geval moeten jullie maar niet neuten.
.png)
goede column!
ReplyDelete